0304 Vetmeting: 4-punts-huidplooimeting

Bronnen: 7, 27, 33, 34

 

Doel

Meten van de hoeveelheid onderhuidsvetweefsel en daarmee de Vetmassa en de vetvrijemass (VM)

Nodig

Gestandaardiseerde (gevalideerde) huidplooimeter

Uitvoering

  • b.v. een huidplooimeting. (volgens Durnin)
  • De metingen worden aan één zijde van het lichaam uitgevoerd. Welke zijde maakt niet uit.
  • Bovenlichaam ontkleden
  • Elke meting 2x uitvoeren, neem het gemiddelde van de twee meetpunten
  • De meting 1 a 2 seconde vasthouden
  • Bepaal m.b.v. tabel 1 het percentage vet.
  • Bepaal m.b.v. het percentage vet de norm in tabel 3.
  • Percentage is afhankelijk van geslacht, leeftijd, achtergrond
  • < 17 jaar dient er een correctie gedaan te worden tabel 2

Meetpunten

Supra-iliacaal: Meting  vlak boven het ilium, 1 cm achter de spina iliaca superior anterior, De huidplooi verloopt naar beneden naar mediaal. De huidplooimeter wordt mediaal en distaal van de greep geplaatst.

Subscapulair: Meting  vlak onder de scapula angulus inferior. De huidplooi loopt aflopend naar lateraal toe in een hoek van ongeveer 45°. De huidplooimeter wordt lateraal en distaal van de greep geplaatst.

Triceps: Meting is midden van de acromiale – radiale lijn, in lengte richting van de humerus. De huidplooimeter  distaal geplaatst.

Biceps: De meting  midden van de acromiale – radiale lijn, in lengte richting van de humerus. De huidplooimeter  wordt distaal geplaatst.

Berekening

Opmerking

Norm

tabel 1: Bepaal aan de hand van de tabel het vetpercentage (voor meer detail klik hier)

Tabel 2: Vetpercentage tot  18 jaar

Tabel 3: Normering per geslacht.

Share